Ouderschap (1988)
omdat ik vermoed
dat
op een bepaald moment
je mij
die vraag wel zal stellen
ben ik alvast begonnen
regendruppels
sneeuwvlokken
sterren
voor jou te tellen
Ouderschap (1988)
omdat ik vermoed
dat
op een bepaald moment
je mij
die vraag wel zal stellen
ben ik alvast begonnen
regendruppels
sneeuwvlokken
sterren
voor jou te tellen
Sonnet: ik slaap de laatste tijd zo slecht (1992)
Bij het overlijden van een bekende
ik slaap de laatste tijd zo slecht, wil geen moment verliezen
al is het ritme van de klok hetzelfde als voorheen
het tikken is nu feller, alsof de tijd, steeds luider, zegt
dat elke tik een hamer is die stukken van mijn leven hakt
dan rest er niets dan gruis, een huis ineengezakt
fundering aangetast, een bastion geslecht
en als ik weer opnieuw probeer te bouwen, steen voor steen
is ‘t tegen beter weten in, de tijd laat mij niet kiezen
nu houd ik in mijn hand twee strijdige gedachten
ik weeg ze af, één links, één rechts, en zoek een evenwicht
dat er niet is, of wel; ik zoek tussen twee krachten
de vrede (woeste rust), een schaduw reikt naar licht
en licht leidt weer tot schaduw, tumult ontaardt in rust
de branding van een leven door de dood in slaap gekust
A sonnet on pregnancy (1985)
her features radiant with primal grace
her body in obedience gives room
to her expanding life, a hiding place
a safe and silent sanctuary womb
expecting stars to lighten up the gloom
and earths and moons to claim the empty space
this mortal race awakes but to resume
the tread of daily work’s circuitous pace
times, expectations tend to change their face
and differ from what first we did presume
as nature, in her love and warm embrace
provides new life, new flowers in new bloom
a bosom raised in graceful pregnancy
the blossom of a race in infancy
A mother leaving (2011)
On the passing of a dear friend’s mother
Now that you’ve left (and at such short notice),
I worry: did you pack all that you need?
Did you take sufficient clothing, a good coat
for these late winter days?
Now that you’ve gone (no time for long goodbyes),
I wonder: where will you sleep, where will you dream?
Are there blankets where you’re going, a soft pillow
for these late winter nights?
I see you did pack some essentials:
my love, eternal gratitude,
my friendship and my heart;
at least part of it.
Now that you’ve died (your room dark and still),
I ask myself, where will you live?
But I know the answer: you now live in me
as I once lived in you.
Twee haiku’s
I
afscheid, een begin
een rivier die verder stroomt
ziet: een nieuwe reis
II
welkom is een haard
zetelt zich in warme vreugd
welbevindend vuur
In deze stilte (1990)
Bij het overlijden van een bekende
in deze stilte
sluiten wij een tijdperk af
wij blijven achter op de oever
jouw eenzaam zeil
ver aan de horizon
wij blijven achter
en zoeken elkaars warmte
in deze kilte
sluiten wij jouw tijdperk af
maar morgen weten wij weer
wie jij was
morgen zingen
herinneringen
en lachen wij weer met jou
en voelen wij de rijkdom die jij gaf
Stap voor stap (1992)
Bij het overlijden van een bekende
stap voor stap
soms half struikelend
zijn wij tot hier gekomen
moeizaam, god en ik
nu zitten wij, en puffen uit
en eten brood
dat wij hebben meegenomen
op onze tocht
ik ben blij, zeg ik
dat wij hier zijn
het moeilijkste achter de rug
de top van onze dromen
maar god zegt
weet je wat het is met bergen
klimmen, dat is zwaar
maar iedereen vergist zich
iedereen denkt dat na de klim
men zich kan gaan ontspannen
maar dalen is nog zwaarder
en vergt meer concentratie
ik zei laten we nog even
nog lang hier boven blijven
het brood is nog niet op
kom, zei hij, we gaan
leven is voortgaan
sterven is voortgaan
Hallo, jij daar (1988)
Bij de geboorte van een kind
hallo, jij daar
midden op de drempel
kom gerust verder
of liever:
kom ongerust verder!
het leven, zul je zien, is
een hartstochtelijk
maar niet altijd betrouwbaar minnaar
maar leg je hand maar in de mijne
want ik ben net zo bang als jij
of: net zo onbezorgd
niemand heeft voor mij een pad gebaand
en ik deed dat ook niet voor jou
gewoon, denk ik, omdat ik niet kan weten
welke kant jij op wilt
Een leven lang (1992)
Bij het overlijden van een bekende
ik vroeg aan god
heer
hoe lang heb ik te leven
want ik ben ziek en bang
ik voel steeds meer
hoe mijn krachten het begeven
hij keek mij aan
verbaasd en zei
een leven lang
ik vroeg aan god
weer
hoe lang heb ik te leven
vertel mij, heer, hoe lang
een dag, een jaar, of meer
hoe lang is mij gegeven
hij keek mij aan
verbaasd en zei
een leven lang
want ziet
een mens, bejaard
van honderd jaren oud
gestorven in zijn bed
heeft dat: een leven lang geleefd
en ziet
die vrouw, nog jong
van vijftig of iets meer
door ziekte overmand
heeft dat: een leven lang geleefd
of ziet
een kind, nog pril
van tien, van vijf, van drie
uit zijn bestaan gerukt
heeft dat: een leven lang geleefd
want leven uit zich niet in jaren
het meet zich niet in uur of dag
elk leven heeft dezelfde waarde
de waarde van het leven zelf
het leven meet zichzelf
ik keek hem aan en zag
ik keek hem aan
beschaamd en zei
een leven lang
een leven lang
Mijn ziel heeft een huis gezocht (1986)
Bij de geboorte van een zoon
mijn ziel heeft een huis gezocht
en mijn lichaam gevonden
geboren in 1950
mijn lichaam dan
mijn ziel is ontevreden
licht geïrriteerd
ik had gehoopt
zo lang na lucy
wat meer niveau
wat meer waardigheid
maar goed
we moeten het er maar mee doen
jij ook
jouw ziel zocht een woning
en heeft jouw lichaam gevonden
geboren in 1986
jouw lichaam dan
je ziel is van altijd
nee
van nog niet
nee
van straks