Zeventien winter haiku’s met een muzikale verwijzing (2023)
met bewondering opgedragen aan de leden van de Cantorij Stompetoren
I
ochtend ontwaakt laat
roodborst hipt op natte tak
scherp en licht zijn lied
II
ekster legt een spoor
als een geheim notenbeeld
mist omhult het veld
III
hanen kraaien dag
de nacht wordt nu gesloten
een lied wordt onthuld
IV
sneeuw als een koraal
stempelt zich met zachte stem
woorden gefluisterd
V
psalmen klinken luid
langs het rijp-bedekte pad
herders neuriën
VI
licht is nu nog laag
ochtendklanken, ijl en teer
zangers in het woud
VII
nieuwe boreling
struikel onder ieders kruis
treurzang is jouw deel
VIII
die Winterreise
nu een ijslaag op de poel
water klampt zich vast
IX
vliesdun was je eens
straks massief en buldersterk
bariton of bas
X
stemmen vlindervlug
sopranen unisono
tonen, welkom warm
XI
alten aan het front
effen het geheime pad
samenklank egaal
XII
noten zijn als vlam
als een vuurwerk vonken zij
reikende tenor
XIII
twijgen treuren zacht
trage tranen, stil lament
hangend, bevroren
XIV
wolken dragen last
donder als een paukenslag
regen een gordijn
XV
glanzend aangezicht
zo toont zich de gaande zon
troostend morendo
XVI
ganzen op een reis
klanken zweven, zingend lang
aan de tijd getoetst
XVII
hoe hoog reikt een lied
tot zolderspant en verder
hemels eerbetoon