Sonnet: bij het afscheid van een vader

Sonnet: bij het afscheid van een vader (1996)

als kind vond ik in jou vaak antwoord op mijn vragen,
dan weer bleef je ze schuldig: en wat zich niet verklaarde
maakte mij ongeduldig, ik bleef op aandacht jagen,
maar leerde toch al gauw: jouw zwijgen kende waarde

ik weet, geen boek zal van jouw leven ooit verhalen,
wat jij beleefd hebt meldt geen enkele kroniek;
bedenk dan: lichten, groot of klein, zij alle stralen:
jouw eeuwigheid leeft nu in mij, in mijn muziek.

weet jij nog hoe wij samen dan zochten naar die orde
die, schier onvindbaar, school in weerbarstig notenbeeld?
jouw klarinet, viool, moest de herschepper worden,
en uit de chaos kwamen ze: klanken, nog nooit gespeeld.

zo toont het leven zich: een stijgende crescendo,
en sterft dan weg, en sterft dan weg: o zacht morendo

(coda)

en nu: jouw stilte, een concert van louter rusten:
geluidloos mooi, intens, een zwijgende koraal;
jij bent op reis gegaan naar einders zonder kusten
wij blijven achter, en gedenken jouw verhaal.

zo ben je opgestaan, gaan lopen, oud geworden;
en, dood gegaan, roept nu jouw god je tot zijn orde.

Aan jou

Aan jou (2010)

Bij het afscheid van een dierbaar familielid

ik had mijzelf beloofd
dat ik niet huilen zou;
want, ach, zoals je zelf al zei:
jouw tijd was mooi en goed;

want ik had nooit geloofd
dat ik om jou, voor jou,
dat jij, dat ik, dat jij,
dat had ik nooit vermoed…

en later, toen ik sliep
en slechts mijn droom vertrouwde,
toen zag ik weer, terug in de tijd,
jouw tuin, gezond, en bont gekleurd.

o, ik huilde veel en diep
maar niet om jou, alleen om mij
omdat ik wil dat wat gebeurt,
niet gebeurt.

ik had mijzelf beloofd,
maar je weet wel hoe dat gaat:
beloften zijn soms niet betrouwbaar
en kort houdbaar…

ik zal voor jou geen standbeeld houwen,
geen kerk of schrijn voor je bouwen;
jou past geen enkel monument,
omdat je dat zelf allang al bent.

toe, sla je arm eens om me heen

Toe, sla je arm eens om me heen (1992)

bij het overlijden van een bekende

toe, sla je arm eens om me heen
vroeg ik aan god toen ik nog leefde
mijn ziel, mijn wezen beefde
wij liepen samen, naast elkaar
alleen

kom, geef mij liefde, warm mijn hart
vroeg ik aan god, het leven rilde
mijn mond, mijn woorden trilden
wij liepen samen, naast elkaar
apart

nu vraag jij mij
sprak hij
nu vraag jij mij
om jou te geven
wat jij
sprak hij
alleen jij
jij
kan vinden
in het leven

bang, ik ben bang, neem die angst weg
vroeg ik aan god maar hij bleef zwijgen
rijp hing weifelend aan twijgen
wij liepen samen, naast elkaar
op weg

op weg, naar mij,
naar mij?
sprak hij
nu zoek je mij
naast jou

hier vind je mij
in jou

Ouderschap

Ouderschap (1988)

omdat ik vermoed
dat
op een bepaald moment
je mij
die vraag wel zal stellen

ben ik alvast begonnen

regendruppels
sneeuwvlokken
sterren

voor jou te tellen

Sonnet: ik slaap de laatste tijd zo slecht

Sonnet: ik slaap de laatste tijd zo slecht (1992)

Bij het overlijden van een bekende

ik slaap de laatste tijd zo slecht, wil geen moment verliezen
al is het ritme van de klok hetzelfde als voorheen
het tikken is nu feller, alsof de tijd, steeds luider, zegt
dat elke tik een hamer is die stukken van mijn leven hakt

dan rest er niets dan gruis, een huis ineengezakt
fundering aangetast, een bastion geslecht
en als ik weer opnieuw probeer te bouwen, steen voor steen
is ‘t tegen beter weten in, de tijd laat mij niet kiezen

nu houd ik in mijn hand twee strijdige gedachten
ik weeg ze af, één links, één rechts, en zoek een evenwicht
dat er niet is, of wel; ik zoek tussen twee krachten
de vrede (woeste rust), een schaduw reikt naar licht

en licht leidt weer tot schaduw, tumult ontaardt in rust
de branding van een leven door de dood in slaap gekust

In deze stilte

In deze stilte (1990)

Bij het overlijden van een bekende

in deze stilte
sluiten wij een tijdperk af

wij blijven achter op de oever
jouw eenzaam zeil
ver aan de horizon

wij blijven achter
en zoeken elkaars warmte

in deze kilte
sluiten wij jouw tijdperk af

maar morgen weten wij weer
wie jij was

morgen zingen
herinneringen
en lachen wij weer met jou
en voelen wij de rijkdom die jij gaf

Stap voor stap

Stap voor stap (1992)

Bij het overlijden van een bekende

stap voor stap
soms half struikelend
zijn wij tot hier gekomen
moeizaam, god en ik

nu zitten wij, en puffen uit
en eten brood
dat wij hebben meegenomen
op onze tocht

ik ben blij, zeg ik
dat wij hier zijn
het moeilijkste achter de rug
de top van onze dromen

maar god zegt
weet je wat het is met bergen
klimmen, dat is zwaar
maar iedereen vergist zich
iedereen denkt dat na de klim
men zich kan gaan ontspannen

maar dalen is nog zwaarder
en vergt meer concentratie

ik zei laten we nog even
nog lang hier boven blijven
het brood is nog niet op

kom, zei hij, we gaan
leven is voortgaan
sterven is voortgaan

Hallo, jij daar

Hallo, jij daar (1988)

Bij de geboorte van een kind

hallo, jij daar
midden op de drempel
kom gerust verder
of liever:
kom ongerust verder!
het leven, zul je zien, is
een hartstochtelijk
maar niet altijd betrouwbaar minnaar

maar leg je hand maar in de mijne
want ik ben net zo bang als jij
of: net zo onbezorgd

niemand heeft voor mij een pad gebaand
en ik deed dat ook niet voor jou
gewoon, denk ik, omdat ik niet kan weten
welke kant jij op wilt

Een leven lang

Een leven lang (1992)

Bij het overlijden van een bekende

ik vroeg aan god
heer
hoe lang heb ik te leven
want ik ben ziek en bang
ik voel steeds meer
hoe mijn krachten het begeven
hij keek mij aan
verbaasd en zei
een leven lang

ik vroeg aan god
weer
hoe lang heb ik te leven
vertel mij, heer, hoe lang
een dag, een jaar, of meer
hoe lang is mij gegeven
hij keek mij aan
verbaasd en zei
een leven lang

want ziet
een mens, bejaard
van honderd jaren oud
gestorven in zijn bed
heeft dat: een leven lang geleefd

en ziet
die vrouw, nog jong
van vijftig of iets meer
door ziekte overmand
heeft dat: een leven lang geleefd

of ziet
een kind, nog pril
van tien, van vijf, van drie
uit zijn bestaan gerukt
heeft dat: een leven lang geleefd

want leven uit zich niet in jaren
het meet zich niet in uur of dag
elk leven heeft dezelfde waarde
de waarde van het leven zelf
het leven meet zichzelf

ik keek hem aan en zag
ik keek hem aan
beschaamd en zei
een leven lang
een leven lang

Mijn ziel heeft een huis gezocht

Mijn ziel heeft een huis gezocht (1986)

Bij de geboorte van een zoon

mijn ziel heeft een huis gezocht
en mijn lichaam gevonden
geboren in 1950
mijn lichaam dan
mijn ziel is ontevreden
licht geïrriteerd
ik had gehoopt
zo lang na lucy
wat meer niveau
wat meer waardigheid

maar goed
we moeten het er maar mee doen

jij ook
jouw ziel zocht een woning
en heeft jouw lichaam gevonden
geboren in 1986
jouw lichaam dan

je ziel is van altijd
nee
van nog niet
nee
van straks