Sonnet: bij het afscheid van een vader (1996)
als kind vond ik in jou vaak antwoord op mijn vragen,
dan weer bleef je ze schuldig: en wat zich niet verklaarde
maakte mij ongeduldig, ik bleef op aandacht jagen,
maar leerde toch al gauw: jouw zwijgen kende waarde
ik weet, geen boek zal van jouw leven ooit verhalen,
wat jij beleefd hebt meldt geen enkele kroniek;
bedenk dan: lichten, groot of klein, zij alle stralen:
jouw eeuwigheid leeft nu in mij, in mijn muziek.
weet jij nog hoe wij samen dan zochten naar die orde
die, schier onvindbaar, school in weerbarstig notenbeeld?
jouw klarinet, viool, moest de herschepper worden,
en uit de chaos kwamen ze: klanken, nog nooit gespeeld.
zo toont het leven zich: een stijgende crescendo,
en sterft dan weg, en sterft dan weg: o zacht morendo
(coda)
en nu: jouw stilte, een concert van louter rusten:
geluidloos mooi, intens, een zwijgende koraal;
jij bent op reis gegaan naar einders zonder kusten
wij blijven achter, en gedenken jouw verhaal.
zo ben je opgestaan, gaan lopen, oud geworden;
en, dood gegaan, roept nu jouw god je tot zijn orde.