Een leven lang (1992)
Bij het overlijden van een bekende
ik vroeg aan god
heer
hoe lang heb ik te leven
want ik ben ziek en bang
ik voel steeds meer
hoe mijn krachten het begeven
hij keek mij aan
verbaasd en zei
een leven lang
ik vroeg aan god
weer
hoe lang heb ik te leven
vertel mij, heer, hoe lang
een dag, een jaar, of meer
hoe lang is mij gegeven
hij keek mij aan
verbaasd en zei
een leven lang
want ziet
een mens, bejaard
van honderd jaren oud
gestorven in zijn bed
heeft dat: een leven lang geleefd
en ziet
die vrouw, nog jong
van vijftig of iets meer
door ziekte overmand
heeft dat: een leven lang geleefd
of ziet
een kind, nog pril
van tien, van vijf, van drie
uit zijn bestaan gerukt
heeft dat: een leven lang geleefd
want leven uit zich niet in jaren
het meet zich niet in uur of dag
elk leven heeft dezelfde waarde
de waarde van het leven zelf
het leven meet zichzelf
ik keek hem aan en zag
ik keek hem aan
beschaamd en zei
een leven lang
een leven lang